Wet WGBO en WZD

De WGBO

Om uw rechten goed te kunnen waarborgen is er op 1 april 1995 de WGBO (Wet Geneeskundige Behandelings Overeenkomst) in werking getreden. Deze wet beschrijft de rechten en plichten van de cliënten in de zorg.

In het belang van een goede hulpverlening dienen een aantal persoonlijke gegevens te worden vastgelegd. Hiervoor wordt het zorgdossier gebruikt. De verslaglegging in het zorgdossier is vooral van belang voor de continuïteit en kwaliteit van zorg.

De bewoner heeft het recht om kennis te nemen van de persoonlijke gegevens die over hem/haar zijn opgenomen en heeft daarmee het recht op inzage in het zorgdossier.

De WGBO biedt alle bewoners bescherming op het gebied van verpleging en verzorging. Deze wet geeft eenieder de mogelijkheid om zelf over de zorg te beslissen. Niet iedereen is hier echter te allen tijde toe in staat. Om een verantwoorde beslissing te kunnen nemen over uw zorg dient u alle informatie goed te kunnen begrijpen.

Indien dit moeilijk voor u is, kunt u iemand aanwijzen die als uw vertegenwoordiger uw belangen behartigt. Wij registreren dit in uw elektronisch cliëntdossier. De WGBO stelt bepaalde eisen aan het optreden van een vertegenwoordiger.

In de WGBO staat dat deze persoon ‘de zorg van een goed vertegenwoordiger’ moet betrachten. Dit betekent dat hij in het belang van de bewoner moet optreden en zoveel mogelijk moet beslissen zoals de bewoner dat zelf gedaan zou hebben. De vertegenwoordiger is ook verplicht om de bewoner zoveel mogelijk bij de beslissing te betrekken. De vertegenwoordiger kan ter verantwoording geroepen worden.

Wanneer de vertegenwoordiger eenmaal een beslissing heeft genomen over een bepaalde handeling, betekent dit niet dat de wens van de bewoner geen enkele rol meer speelt. De hulpverlening mag niet alleen afgaan op de toestemming van de vertegenwoordiger.

Bij verzet van de kant van de bewoner mag alléén ter voorkoming van ernstig nadeel een handeling worden uitgevoerd. In alle andere situaties wordt de wens van de bewoner gerespecteerd.

De Wet Zorg en Dwang

Ieder mens heeft het recht om in vrijheid te leven en eigen keuzes te maken. Zelf beslissen hoe je je dag doorbrengt, waar je woont en naar welke muziek je luistert. Dit geldt ook voor mensen met dementie. Ze hebben weliswaar zorg en ondersteuning nodig, maar dat is bij voorkeur de zorg zijn waar ze zelf mee instemmen. Daar maken de cliënt en zorgverlener samen afspraken over.

Zoveel mogelijk vrijwillig

De Wet zorg en dwang (Wzd) gaat uit van het principe ‘nee, tenzij’. Dit betekent dat zorg voor mensen met een psychogeriatrische aandoening (bijvoorbeeld dementie) op vrijwillige basis plaatsvindt, tenzij het vanwege een ernstig nadeel, niet kan. Altijd moet eerst geprobeerd worden de situatie met vrijwillige zorg (= met instemming of zonder verzet van de cliënt) op te lossen. Pas als dat niet mogelijk is, mag onvrijwillige zorg worden toegepast.

‘Een warm welkom, persoonlijke aandacht en betrokkenheid’, dat is de visie van Beek en Bos. Dit sluit goed aan bij de doelen van de Wet zorg en dwang: persoonsgerichte zorg en (daarmee) het voorkomen van dwang en drang. Beek en Bos past in principe geen onvrijwillige zorg toe. Waar dit toch noodzakelijk is, moet gekozen worden voor die maatregel die het beste past bij de betreffende persoon in de betreffende situatie.

Laatste redmiddel

Soms kunnen mensen met dementie niet inschatten wat goed voor hen is. Zorgverleners helpen bij die keuzes en houden rekening met veiligheid en kwaliteit van leven. Dat kan betekenen dat de vrijheid van mensen wordt beperkt. Je gaat daar dus zorgvuldig mee om en kiest er alleen voor als het echt niet anders kan. Het inzetten van zorg die iemand echt niet wil, is altijd een laatste redmiddel.